Verzorging
De gemiddelde havapoo heeft niet zo heel veel verzorging nodig. Een paar keer week borstelen is genoeg om zijn vacht glanzend te houden. Maar in de loop van de tijd hebben wij diverse routines geleerd.
Uitlaten
Wij hebben een ruime hal achter de voorkeur en een trap naar de woonkamer op de eerste etage. In de praktijk pakt dat heel handig uit en dan met name na het uitlaten van ons hondje.
Voordat we Lauri uitlaten krijgt hij altijd een snoepje en één brokje als motivatie om soepel zijn tuigje om te krijgen. Dat gebeurt vier keer per dag; iedere keer als we hem uitlaten.
Tijdens het uitlaten volgt naar iedere keer poepen een snoepje. En als hij lief is tegen andere honden, of grote stoere mannetjes honden negeert kan hij ook een snoepje krijgen. Lauri heeft zo zijn voorkeuren voor honden (en mensen en katten). Tegen mannetjes, vooral de grote, wil hij soms grommen en blaffen. Dat doet hij niet tegen honden die we vaak tegenkomen, maar er zijn er een paar waartegen hij dat blijft doen. Dus vandaar een beloning als hij tegen zo’n hond een keer rustig doet, of negeert.
Wanneer we weer thuiskomen loopt hij over een grote mat. Als het regent ligt er ook nog een grote handdoek in onze lange gang. Daardoor worden zijn poten al wat droger en schoner. We doen eerst zijn tuigje af en dan gaat hij al in het midden op een handdoekje wachten op de schoonmaak. We vegen zijn poten en piemel af met een handdoek en zijn kont met een vochtig doekje. Tijdens die schoonmaak beurt krijgt hij langzaam exact vijf brokjes en dan pas mag hij naar boven. Een paar keer per jaar is zijn kont vies. Die maken wij dan schoon met een washandje met warm water.
De verzorging van Lauri’s vacht
Zijn vacht bestaat uit gladde haren; hij heeft dus geen krullen. Het is een enkelvoudige vacht. En zijn vacht stinkt niet. Ik ben “gezegend” met een heel goede reuk en als ik hem niet ruik, ruikt vrijwel niemand hem.
Maar zijn haren groeien (heel snel). Vooral bij zijn wenkbrauwen, zijn oren en bij zijn achterwerk. Na enkele weken hangen de haren voor zijn ogen en knippen wij die een beetje. Wij durven niet meer te knippen. Eens in de zeven weken gaan we naar een trimmer. Als we langer wachten gaan de lange haren hem zichtbaar irriteren en gaat hij zich veel meer krabben. Die trimster hebben we inmiddels een jaar en we zijn daar ontzettend blij mee. Lauri ook, want tijdens het stukje lopen vanaf de parkeerplaats naar de trimster probeert hij altijd er als eerste te zijn. Zij heeft veel (wedstrijd)ervaring, dus ze weet precies hoe ze hem moet knippen.
Zijn haren zijn na afloop nooit héél kort en daardoor heeft hij het hele jaar een constant uiterlijk.
Zoals al gezegd, één of twee keer per week een beetje kammen is al genoeg. Zand en aarde drogen snel op en valt vanzelf uit zijn vacht. Iedere keer zijn we weer verbaasd hoe schoon zijn vacht blijft, zelfs na het uitlaten in een drassig bos of park.
Gebit verzorging
De verzorging van zijn gebit was wel iets… Tandenpoetsen is nooit gelukt. Ook niet met speciale tandpasta, borstels en van die vingerhoedborsteltjes. Als hij ook maar iets ontwaart dat lijkt op iets voor de verzorging van zijn mond dan zoekt hij al een veilig heenkomen.
Maar we hebben een oplossing gevonden. Er bestaat een (grof) poeder op basis van een enzym. Dat meng je door het eten (natvoer) daarbij zorgt het ervoor dat er vrijwel niets aan de tanden plakt dat tandbederf en tandsteen kan veroorzaken. Na het dagelijkse natvoer likt Lauri zijn tanden schoon en die korreltjes verspreiden zich dan. Hierdoor kan het overal komen, ook achterin en tussen zijn tanden en kiezen. Dat (natuurlijke) spul gebruiken we al jaren. Het bewijs dat het uitstekend werkt blijkt uit de halfjarige gebit controle bij de dierenarts. Die constateert iedere keer weer dat Lauri gezond tandvlees heeft en nauwelijks tot geen tandplak en tandsteen.
Poot verzorging
We laten Lauri vrijwel altijd samen uit. We letten ontzettend goed op waar hij loopt. Is er ‘s-winters zout gestrooid dan vermijden we de plekken waar dat is gedaan. In het donker controleert één van ons de grond met een zaklantaarn. Als we iets zien glimmen, of iets dat er onnatuurlijk uitziet, dan lopen we er omheen. We laten Lauri niet over takken met doornen lopen of over scherpe stengels die uit de grond steken. We gaan zelfs zover dat we in de zomer de grasaren rond bomen en straatverlichting verwijderen.
Dat is een heel gedoe, maar Lauri heeft nog nooit iets met zijn poten gehad. Hij heeft door een gekke bokkensprong wel eens even een beetje mank gelopen, maar dat is dan ook alles.
Mocht het heel koud zijn en/of sneeuw liggen, dan hebben we een crème met bijenwas voor zijn poten. Maar de afgelopen paar jaar was dat niet nodig.
Uiteraard knipt de trimster iedere zeven weken zijn nageltjes. En tijdens het afvegen van zijn pootjes na iedere ronde controleren we meteen zijn pootjes.
Neus, oren en ogen
Met Lauri’s neus is nooit iets mis geweest. Hij houdt enorm van snuffelen (welke hond niet) en vooral molshopen vindt hij zeer interessant. Dus zit er wel eens wat zand in zijn neus dat hij er eenvoudig uit weet te blazen.
In het begin, het eerste jaar bij ons, had hij regelmatig jeuk in zijn oren. Maar tegelijk ook aan zin pootjes. Dat bleek veroorzaakt te worden door een granenallergie. Toen we dat eenmaal door hadden en hem graanvrij eten gaven was dat helemaal voorbij. Natuurlijk vindt hij het nodig om (opgedroogd) zand en modder tussen zijn tenen en kussens te verwijderen, maar het typische “klauwen” doet hij sinds zijn aangepaste voeding niet meer. We zien regelmatig aanverwante hondjes, zoals Maltezers, met roze pootjes van het klauwen lopen. En we herkennen dat. Want toen Lauri nog voer had met granen had hij dat ook. Het is verkleuring van de haren door speeksel en als honden vaak likken aan hun poten ontstaat die roze kleur. Het valt vooral op bij honden met een lichte kleur vacht en Maltezers c.s. zijn vaak wit of licht van kleur.
